Christianen Beveiliging

Etten Leur

Wetten en Regelgeving

Grondslag videocameratoezicht

Het gebruik van videocamera's voor het uitoefenen van toezicht in openbare ruimten komt in een stroomversnelling, met alle risico's van dien. Er hangen camera's boven de snelwegen, in het openbaar vervoer (tram, bus of metro) en op de NS-stations. Ben je eenmaal in het centrum dan zijn er bewakingscamera's in winkels, banken en tal van andere openbare ruimtes.

Gericht cameragebruik kan - ook in de ogen van de Registratiekamer - een waardevol onderdeel zijn van een breder pakket aan veiligheidsmaatregelen. Ongebreideld gebruik dient echter geen zinnig doel en vormt daarmee een ongerechtvaardigde aantasting van de privacy van de burgers. Maathouden is daarom noodzakelijk. Even cruciaal is het dat de overheid de regie blijft voeren in het publieke domein. Het belang van deze uitgangspunten wordt onderstreept door de technische ontwikkelingen. Verfijnde detectiesystemen kunnen ongewenst gedrag en gezochte burgers opsporen. Centrale meldkamers vergroten de slagvaardigheid van camerasystemen.

Gerechtvaardigd belang

De werkgever mag niet zomaar gebruik maken van een verborgen camera. Hij moet hiervoor een gerechtvaardigd belang hebben. In zo’n situatie (bijvoorbeeld duidelijke vermoedens van onrechtmatig handelen van werknemers) moet de werkgever eerst op andere manieren proberen het probleem op te lossen. Lukt dit niet dan mag hij tijdelijk een camera plaatsen. Voorwaarde is wel dat de werknemers vooraf in kennis zijn gesteld over de mogelijke inzet van verborgen camera’s onder bijzondere omstandigheden.

Verborgen camera’s

In januari 2004 is het plaatsen van een verborgen camera in alle niet voor het publiek toegankelijke lokalen strafbaar gesteld in artikel 139f Wetboek van Strafrecht. Voor werkgevers zou dit betekenen dat zij alleen een camera kunnen installeren nadat zij het personeel hierover hebben geïnformeerd. Dit zou een probleem kunnen zijn voor een werkgever als hij het vermoeden heeft dat een van zijn werknemers zich schuldig maakt aan diefstal. Als de werkgever dan aangeeft dat hij een camera zal plaatsen, is de betrokken werknemer gealarmeerd en de werkgever kan de diefstal dan niet aantonen. Indien u niet het personeel heeft geïnformeerd over het gebruik van cameratoezicht, is er sprake van heimelijk cameratoezicht. In dat geval moet u het gebruik van camera's niet alleen melden, maar ook, voordat het cameratoezicht in werking treedt, het CBP om een voorafgaand onderzoek vragen. Uit een tweetal rechtelijke uitspraken blijkt dat er geen zware eisen worden gesteld aan het kenbaar maken van het plaatsen van een verborgen camera door de werkgever. 
 
Cameratoezicht in en rond winkels

Een winkelier wil graag camera's ophangen in en rond zijn winkel. Hij doet dit met het idee zijn eigendommen, klanten en personeel beter te kunnen beveiligen. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) laat toe dat cameratoezicht door winkeleigenaren mag, mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Zo moet duidelijk kenbaar gemaakt worden aan klanten en personeel dat er cameratoezicht in de winkel aanwezig is. Hij kan dit bijvoorbeeld doen door het ophangen van een bordje. Doet hij dit niet dan is hij strafbaar! Cameratoezicht in winkels mag, mits het zo min mogelijk inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van klanten. Een camera in een pashokje plaatsen gaat dus te ver! Cameratoezicht in winkels kan echter ook dienen als personeelsvolgsysteem.

Cameratoezicht op de werkplek

Een werkgever kan besluiten dat hij cameratoezicht binnen zijn bedrijf wil inzetten tegen diefstal of beschadiging van eigendommen. Hij wil hiertoe camera's ophangen bij de ingang, in het magazijn of bijvoorbeeld in de fabriekshal. Een werkgever moet echter aan een aantal voorwaarden voldoen voordat hij camera's mag ophangen in zijn bedrijf, want de inbreuk op de privacy van zijn werknemers is niet gering. Zo moet hij bijvoorbeeld beargumenteren waarom het bedrijfsbelang zwaarder weegt dan het privacybelang van de werknemers. Hierbij dient de werkgever een afweging te maken tussen de belangen en rechten van werknemers en de belangen van zijn bedrijf. Deze afweging moet hij kunnen verantwoorden tegenover zijn werknemers, de ondernemingsraad en eventueel het CBP of de rechter. Heeft de werkgever een gerechtvaardigd belang om over te gaan tot cameratoezicht, dan is het allerbelangrijkste dat hij kenbaar maakt dat videocamera's aanwezig zijn. Doet hij dat niet, dan is hij strafbaar. Bij vermoeden van strafbare feiten kan de werkgever ook heimelijk cameratoezicht inzetten.

Cameratoezicht in en rond woningen

In en rond woningen kunnen camera's opgehangen worden voor bijvoorbeeld de beveiliging van eigendommen. Een woningcorporatie kan bijvoorbeeld besluiten over te gaan tot cameratoezicht bij woningen en flatgebouwen, maar ook een bewoner kan besluiten zijn woning te beveiligen met videocameratoezicht. Op basis van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) is het niet verboden een camera op te hangen ter beveiliging van een woning of een flat. Als een buurman op de hele straat toezicht gaat houden, gaat hij te ver. Op straat is het toezicht voorbehouden aan de gemeente en de politie. Ook de voordeur van andere woningen is de grens, richt camera's dus zodanig dat ze nergens naar binnen filmen. Daarnaast moet duidelijk gemaakt worden dat er videocameratoezicht aanwezig is, bijvoorbeeld met een bordje of een sticker. Vermeld eveneens wie verantwoordelijk is voor het cameratoezicht, zodat een burger weet bij wie hij of zij moet aankloppen met verzoeken om informatie of voor het indienen van een klacht.

Privé-opnames
 
Beelden die voor privé-doeleinden worden gemaakt, vallen niet onder de Wet bescherming persoonsgegevens. Als iemand het vermoeden heeft dat een buurman hem of haar hinderlijk volgt (stalken) met een videocamera of webcam, dan kan diegene zijn buurman daarop aanspreken. De Wbp is in deze situatie waarin beeldopnamen voor privé-doeleinden worden gemaakt, niet van toepassing. Dat betekent niet dat zo'n camera geen inbreuk op de privacy kan zijn. Degene die last heeft van de camera kan dan, als hij er niet uitkomt met de buurman, de wijkagent vragen te bemiddelen. Daarnaast kan hij bij de politie aangifte doen van stalken of kan hij naar de rechter stappen met behulp van een advocaat. De ondernemingsraad (OR) speelt een belangrijke rol bij de beslissing cameratoezicht in te zetten op de werkplek. Volgens de Wet op de ondernemingsraden (WOR) heeft de OR instemmingsrecht bij het besluit om gebruik te gaan maken van personeelsvolgsytemen. Alle camerasystemen worden in de zin van de WOR beschouwd als personeelsvolgsysteem. De OR moet dus instemming verlenen voordat er camera's geïnstalleerd worden. Als u gebruik maakt van digitale opname-apparatuur, bent u verplicht dit te melden bij het CBP. Echter, als u camera’s plaatst voor beveiliging van personen, gebouwen, terreinen, zaken en productieprocessen dan kunt u op grond van artikel 38 van het Vrijstellingsbesluit ontslagen zijn van deze verplichting. Overigens betekent een vrijstelling van melding niet dat de Wbp niet meer van toepassing is. In principe mag u geen gebruik maken van een verborgen camera. Het kan echter zijn dat u zelfs daarvoor een gerechtvaardigd belang heeft. Dit is bijvoorbeeld het geval als er binnen de organisatie veel gestolen wordt en het u ondanks allerlei inspanningen niet lukt om daar een eind aan te maken. U mag dan tijdelijk een camera plaatsen, omdat dit voor u een laatste middel is om de dader op te sporen. Voorwaarde is wel dat de werknemers en de OR vooraf in kennis zijn gesteld over de mogelijkheid om in het algemeen verborgen camera's in te zetten. Natuurlijk kunt u ook de politie inschakelen. Beveiliging van eigendommen is zo'n gerechtvaardigd belang. Ook videocameratoezicht ter bescherming van de werknemers en de klanten kan een belang zijn. Het is dus toegestaan om een camera te plaatsen bij een benzinepomp waar u uw werknemers en de klanten gedurende een bepaald dagdeel filmt om overvallen te bestrijden. U moet er wel voor zorgen dat uw werknemers en de klanten weten dat er een camera hangt. Dit kunt u bijvoorbeeld doen door borden op te hangen waarop staat dat er in een bepaalde ruimte videocameratoezicht aanwezig is. Voor beveiliging is het meestal niet nodig om het personeel permanent te observeren. Als uitgangspunt geldt dat beelden niet langer dan 24 uur bewaard mogen worden. Voor een langere bewaartermijn moet een goede reden zijn. Het plaatsen van een videocamera is toegestaan als het noodzakelijk is voor de behartiging van uw gerechtvaardigd belang. U moet wel een privacytoets uitvoeren. Dit betekent dat u uw belang moet afwegen tegen de belangen en de rechten van de werknemers. Deze belangenafweging moet u kunnen verantwoorden tegenover de werknemers, de OR en eventueel het CBP of de rechter.

 

Info: Subsidie

Als u meer informatie wenst over de subsidie regeling klik dan hier

Subsidie image